• Els Florijn: ,,In al mijn boeken zit op een bepaalde manier een vraag van mijzelf. Het is een deel van mijn eigen zoektocht.´´

    Foto Rinus van Denderen

Schrijfster Els Florijn weet dat gemaakte keuzes soms grote gevolgen hebben

SCHERPENZEEL ,,Schrijvers die christen zijn en literair werk publiceren zijn er jammer genoeg angstwekkend weinig", zegt Els Florijn. Ze schreef het actieboek 'Zeeglas' voor de Week van het Christelijke boek. Ze groeide op in Scherpenzeel en schreef als kind al stapels verhalen.

Haije Bergstra

Zeeglas is zo’n boek dat zich leent om verder uitgewerkt te worden. De karakters verdienen meer.

,,Dat is het nadeel van een novelle en een actieboek. Je zit vast aan een limiet met woorden. Je kunt de inhoud eigenlijk maar half uitwerken. Qua thematiek had er zeker een roman in gezeten. Maar ik had dit onderwerp en dan verzin ik ook niet snel iets anders. Het zit in mijn hoofd, ik wil er over schrijven.”

In ‘Zeeglas’, maar ook in andere boeken die u schreef, komt de geschiedenis prominent naar voren. Waar komt die fascinatie voor het verleden vandaan?

,,Het is niet zozeer de fascinatie voor het verleden, als wel de aandacht voor bijzondere en bizarre verhalen die me trekt. Dan zit je toch al gauw in het verleden en in een oorlog. Toch ben ik niet iemand die dikke geschiedenisboeken leest.”

Hoe kwam u dan aan de achtergronden bij ‘Zeeglas’?

,,In denk dat ik het ergens las op Facebook waar iemand een filmpje had gedeeld. Ook op Youtube zijn er veel filmpjes van mensen die verlaten huizen binnengaan. Ik google ook wel eens op bizarre verhalen en zo kan ik ook bij het verhaal achter ‘Zeeglas’ zijn gekomen. De historie is interessant, maar wat mij nog veel meer fascineert, is wat er achter zit. Waarom doet iemand dat? Waarom zou iemand 70 jaar lang de huur blijven betalen en tegen niemand zeggen dat hij een appartement heeft? Dat je er niet naar terug wilt, maar ook niet wilt dat anderen er naar binnen gaan.”

U wilt in het leven van iemand anders stappen en verklaren waarom dingen zijn zoals ze zijn?

,,Ja, en daar maak ik een verhaal van. Het is niet in al mijn boeken zo, want in het boek ‘Het meisje dat verdween’ gaat het over een Joods meisje dat tijdens de Tweede Wereldoorlog is weggevoerd. Ik heb het verhaal gehoord en ben het helemaal uit gaan zoeken. Dat boek staat dichterbij dat wat er werkelijk is gebeurd. Toch vul je daarnaast ook veel in en je verplaatst je in de hoofdpersoon. Het zijn de verhalen die me raken, denk ik.”

Het zijn verhalen die buiten het ‘gewone’ staan?

,,Ik ben van mening dat de werkelijkheid meer bizar is dan dat ik het kan bedenken.”

Waarom trekt dat deel van het leven u aan? Heeft het een relatie met uw eigen leven?

,,In al mijn boeken zit op een bepaalde manier een vraag van mijzelf. Het is een deel van mijn eigen zoektocht. We hebben vrienden uit Syrië en als zij over de oorlog daar vertellen, dan dringt zich aan mij de vraag op: ´Hoe kan dit gebeuren?´ Wat is de zin of onzin van het lijden? Wat drijft mensen om in naam van de vrede zo tekeer te gaan? Dat zag je in de Eerste Wereldoorlog ook, het komt in het boek ‘Rode Papaver’ naar voren. Daarin roep ik deze vragen op. Dat geeft niet. Dat accepteer ik. Niet op alles is een passend antwoord te vinden in dit leven.”

Komt er nog een boek over een Syriër die naar Nederland komt?

,,Onze Syrische vriend wil dat graag, maar ik weet het niet. Het volk en de cultuur zijn zo anders. Ik heb in opdracht van Stichting Gave een boekje geschreven over een Somaliër die in Nederland christen wordt en vanuit de eigen groep en familie veel te verduren heeft. Naar aanleiding van dat verhaal zei iemand tegen mij dat de Somaliërs die ik had beschreven wel erg empathisch waren. Dat volk was niet zo. Het is uiteindelijk bijna onmogelijk om mezelf helemaal uit het boek te schrijven. Aan het inleven in een andere cultuur zit een grens. Je bent en blijft een kind van je eigen cultuur en de Syrische cultuur verschilt in veel opzichten van de onze.”

Heeft uw persoonlijkheid invloed op een verhaal?

,,Op een bepaalde manier wel. Ik kies thema’s waar ikzelf veel over nadenk. In ‘Zeeglas’ laat ik bijvoorbeeld zien hoe desastreus bepaalde keuzes kunnen zijn en doorwerken. Ik kan op een ochtend wakker worden en denken: ´Mijn ouders hebben zo zo gedaan, mijn grootouders zo, maar hoe doe ik het? Wat verander ik? Wat vind ik waardevol? Wat geef ik mijn kinderen mee?´”

Hoe kijkt u terug op het Scherpenzeel van uw jeugd? Heeft u daar met positieve herinneringen aan overgehouden?

,,Dat vind ik lastig. Scherpenzeel was natuurlijk een deel van mijn jeugd, maar ik ging weinig naar buiten. In herinner me wel dat we speelden bij de bunkers bij de Grebbelinie. Daar ging ik met mijn broer naar toe. Ik was toen nog niet eens zo oud. We gingen soldaatje spelen of klommen stiekem de bunkers in die waren afgesloten. Ook bij Lambalgen heb ik veel gespeeld. Mijn ouders gingen vaak fietsen en dan namen we de voetbal mee om daar te voetballen.”

Heeft het opgroeien in Scherpenzeel invloed gehad op het schrijven?

,,Ik ben als kind al begonnen met schrijven: mappen en mappen vol met verhalen. Ik was best een eenzaam kind op een bepaalde manier. Ik las ongelofelijk veel. Ik zat eigenlijk altijd binnen te lezen, tot frustratie van mijn moeder. Van haar moest ik ook naar buiten om te spelen.”

Lezen heeft een belangrijke rol gespeeld in uw jeugd.

,,Ja, dat was heel belangrijk. En mijn ouders waren daarin best ruimdenkend, want ik mocht in principe veel lenen bij de Openbare Bibliotheek.”

Hoe kwam het dat uw ouders zo ruimdenkend waren?

,,Mijn vader las zelf ook veel. Mijn ouders waren daarnaast zeker niet kerkistisch. We werden regelmatig meegenomen naar andere kerken. Ze vonden het goed voor ons ook andere dominees te horen.”

Waarom ging u als kind schrijven?

,,Ik denk dat het heeft meegespeeld dat ik een eenzaam kind was. Ik deed mijn eigen dingen. Ik lag ook niet erg goed in de groep. Ik was daar een beetje te vreemd voor. Ik was een jaar of tien toen ik al veel gedichten las. Ik had het gedicht ‘De Pest’ van Jacobus Revius uit mijn hoofd geleerd. Het ging onder andere over de hoestende en reutelende borst en over de tong die zwart werd. We gingen veel fietsen bij Lambalgen en trots zei ik het gedicht op voor mijn moeder. Ze zei verschrikt: ´Dat ga je toch niet op school opzeggen?´ Ik lijk meer op mijn vader, die ook een fascinatie heeft voor taal, gedichten, lezen en schrijven. Zeker heeft meegespeeld dat mijn vader en opa ook publiceerden. Het is net alsof je in dan een familietraditie stapt. Met die wereld was ik al vertrouwd en mijn vader had behoorlijk wat connecties. Verder mocht ik op school, als anderen tekenden, soms schrijven. Daar heb ik goede herinneringen aan. Van de meester kreeg ik daar de ruimte voor.”

Was het lezen en schrijven van verhalen een manier om de buitenwereld te ontdekken?

,,Schrijven was voor mij een manier om dingen te verwerken. Dingen als films en Youtube had je toen niet en bij ons thuis was dat ook lange tijd niet aanwezig. Ik had mijn boeken, dat was mijn wereld. Ik zat liever in mijn boeken dan dat ik de werkelijkheid beleefde. Ik ben blij dat ik zoveel heb kunnen lezen en dat ik niet, zoals mijn kinderen nu, zoveel andere verleidingen heb. Ik was op boeken aangewezen.”

U keerde zich in uzelf door het lezen van boeken. Is dat later ook veranderd?

,,Ik was een ontzettend verlegen kind en zag de buitenwereld in heel veel opzichten als een bedreiging. Ik weet nog hoe het voelde als de meester ineens wat tegen me zei. Dat gevoel van ‘niet naar mij kijken’ of ‘niets tegen mij zeggen’. Boeken waren vertrouwd en veilig. Later is dat wel veranderd. Ik ging al heel jong op kamers en dan kom je in een heel andere wereld terecht. Ik ging naar een studentenvereniging en daar had ik heftige gesprekken, onder andere over het geloof. Ik heb uiteindelijk de pabo gedaan en zit nu in het onderwijs.”

Dan komt het eerste boek uit in 2002. Wanneer kwam de beslissing om dat boek te schrijven en uit te geven?

,,Toen ik 15 jaar oud was, zei mijn moeder tegen Beppie de Rooy, destijds redacteur bij Den Hertog en de uitgever waar mijn vader kerkgeschiedenis uitgaf: ´Els schrijft ook verhalen.´ Mijn hoofd werd vuurrood. Maar ik voelde me ook gevleid toen Beppie zei dat ik wel wat op mocht sturen. De kwaliteit van mijn verhalen was destijds niet geweldig, maar ze heeft altijd in mij geloofd en heeft me gestimuleerd om door te gaan. Ik was 18 jaar toen het Reformatorisch Dagblad een schrijfwedstrijd uitschreef. Daar heb ik aan meegedaan. Ik kreeg de eerste prijs. Dat vond ik geweldig. Ik werd toen geïnterviewd. Dat artikel heb ik tientallen keren doorgelezen. Zo van: Yes, ik ben de eerste en ik sta in de krant! De prijs bestond uit de begeleiding door iemand van uitgeverij Kok. Beppie de Rooy was daar naartoe gegaan en bij haar kwam ik toen terecht. Ze zei tegen me: ´Nu moet het er van komen.´ Mijn eerste boek ‘Laatste nacht’ verscheen in 2002. Ik kijk er met gemengde gevoelens op terug. Ik zou nu dingen anders doen. Maar ik had ook het gevoel dat ik het toch maar had gepresteerd: een boek schrijven.”

Dan komt dat meisje met een boekje in een hoekje ineens in de belangstelling te staan.

,,Als twintigjarige werd ik toen uitgenodigd voor het tv-programma ´Het Elfde Uur’ van Andries Knevel. Ik durfde dat echt niet. Voor mijn tweede boek ben ik weer uitgenodigd. Toen ben ik wel gegaan. Inmiddels was ik een paar jaar verder en werd ik door Andries Knevel gestimuleerd om door te gaan. Nu ik niet meer zo heel jong ben, voel ik me beter op mijn gemak. Ik geef veel lezingen. En ik merk dat ik er goed in ben en dat het wordt gewaardeerd. Zo ga je in gesprek met de lezer. Daar kan ik erg van genieten.”

Zit er een boek in de pijplijn?

,,Ik ben altijd ergens mee bezig. Het begint altijd met onderzoek. Ik kwam een verhaal tegen van een journaliste die over misstanden schrijft in een psychiatrische instelling in de Verenigde Staten. Dat fascineert me en dan denk ik: ,,Misschien kan ik daar wel wat mee.”

De novelle ‘Zeeglas’ van Els Florijn is nog als ebook en op papier verkrijgbaar. Dat geldt ook voor de andere boeken die ze heeft geschreven.