Beeldvorming

Met al die focus op het coronanieuws zouden we het bijna vergeten, maar we stevenen inmiddels in sneltreinvaart af op de ontknoping van de grote vraag hoe het verder gaat met de toekomst van Scherpenzeel. Eind van deze maand moet de kadernota gaan verschijnen waarin het college haar plannen bekendmaakt voor de komende jaren en hoeveel dat gaat kosten.

De nieuwe kadernota is ook een belangrijk ijkpunt in de discussie over het al dan niet zelfstandig kunnen blijven voortbestaan van de gemeente Scherpenzeel. Krijgt de gemeente het voor elkaar om alle door de provincie noodzakelijk geachte acties, zoals een flinke uitbreiding van de personeelscapaciteit op het gemeentehuis, in te bedden in een stevig plan voor de komende jaren en is het allemaal betaalbaar? De coalitie denkt dat ze het voor elkaar kan boksen. De oppositie daarentegen heeft er geen enkel vertrouwen in en vindt het allemaal verspilde moeite.

Ze zouden gelijk kunnen hebben. Niet omdat bij voorbaat vaststaat dat het college niet met een goed plan gaat komen, maar wel omdat Gedeputeerde Staten (GS) van Gelderland behept lijken te zijn met een zelfde vooringenomenheid. Dat gevoel bekruipt mij tenminste bij de timing van het agenderen van de toekomst van Scherpenzeel in de vergadering van Provinciale Staten (PS). Enerzijds geef je de gemeente een laatste kans om te bewijzen dat een zelfstandige toekomst een realistische optie kan zijn, anderzijds wacht je niet op de uitkomsten van die inspanningen alvorens hierover een discussie aan te gaan met de Staten. Dit wekt de indruk dat GS de inhoud van die kadernota op de keper beschouwd eigenlijk helemaal niet zo relevant vindt, dan wel serieus wil laten meetellen in de discussie bij PS. Een indruk die wordt versterkt door het feit dat GS het onderwerp eigenlijk nog eerder aan de orde hadden willen stellen. De vergadering van 1 april, waarin PS werd verzocht om ‘oordeelsvorming’ ging echter niet door. In het behandeladvies voor de vergadering van 20 mei gaan GS opnieuw uit van ‘oordeelsvorming’. Hoewel de agendacommissie hierbij in een voetnoot ‘vooralsnog beeldvorming’ heeft laten opnemen, blijft dit vragen oproepen rond de intenties van GS en de status van deze beraadslagingen.

Het beeld dat hierdoor naar voren komt, is dat GS niet kan wachten om door te pakken en Scherpenzeel naar de fusietafel te slepen. Dat hele uitstel om te kijken of het college een acceptabel toekomstplaatje in elkaar weet te timmeren bij de kadernota, heeft ineens veel weg van een wassen neus; een doekje voor het bloeden om de indruk te wekken dat je het gemeentebestuur een serieuze kans hebt gegeven om zijn visie te onderbouwen.

Hoe PS hierover denkt blijkt morgen. Zij moeten zich een weg banen door dikke stapels openbare rapporten en correspondentie die vooral betrekking hebben op de fase die vooraf ging aan het raadsbesluit van 9 december. De hamvraag, namelijk behoort een zelfstandige gemeente Scherpenzeel tot de reële opties, wordt echter pas beantwoord bij het verschijnen van de kadernota. Dat mag straks wellicht voor de provincie niet (meer) zo interessant zijn, maar ik ben benieuwd.

Margreet Hendriks