Billenknijpen

‘Geen nieuws is goed nieuws’ volgens een bekende uitdrukking. Of dit ook opgaat voor de radiostilte die is afgekondigd na het gesprek van het college van B&W met het provinciebestuur in Arnhem over de toekomst van Scherpenzeel, is echter nog maar zeer de vraag. Het verzoek dat het college in Arnhem op tafel heeft gelegd was simpel genoeg: schort uw oordeel over onze keuze voor zelfstandigheid een paar maanden op, totdat wij deze hebben onderbouwd en verwerkt in de Kadernota. Als de provincie drie weken nodig heeft om daarover na te denken, kunnen we aannemen dat het billenknijpen is voor het kersverse bestuur.

Dat het afgelopen december aangetreden, nieuwe college een eerlijke kans vraagt om te laten zien dat het de gekozen koers zowel financieel als beleidsmatig handen en voeten kan geven, lijkt legitiem. Tenslotte heeft het amper de kans gehad om de bureaus in te richten voordat het in Arnhem op appel moest komen om rekening en verantwoording af te leggen. Het kenmerkt de snelheid waarmee de provincie de kwestie Scherpenzeel wil afhandelen. Waar de voorkeur van Arnhem ligt is geen geheim; die zien Scherpenzeel liever gisteren dan vandaag in de gemeente Barneveld opgaan. Dat werd ook wel duidelijk uit de druk van de provincie om binnen een half jaar een beslissing te forceren, hun pogingen om tussentijds (bij) te sturen in het keuzeproces en hun aankondiging dat zij, bij onvoldoende vertrouwen in het besluit, mogelijk zelf het initiatief gaan nemen voor een gemeentelijke herindeling.

Arnhem zal niet blij zijn met het meerderheidsbesluit van de gemeenteraad om zelfstandigheid na te streven. De vraag is nu of de provincie in deze fase (reeds) voldoende grond heeft om ingrijpen te rechtvaardigen. Uitgangspunt in het beleidskader herindelingen van het kabinet is namelijk nog steeds dat deze bij voorkeur van onderop tot stand komen. Het gaat om draagvlak dat hier, getuige het raadsbesluit, de reacties vanuit de samenleving tijdens de inspraak en de resultaten van de petitie Zelfstandig Scherpenzeel, bepaald niet overduidelijk aanwezig is in deze gemeente, die tot pakweg een half jaar geleden nog te boek stond als solvabel en florissant.

Er zal in Arnhem twijfel zijn of het nieuwe college in staat zal zijn om met alle benodigde extra investeringen een acceptabele en stevige begroting neer te zetten. En scepsis bestaat over de invulling van alle andere voorwaarden van de provincie zoals bestuurskracht en de rol van de gemeente in de regio. Ik moet dat eerlijk gezegd nog zien. Maar als een lokaal bestuur zegt ‘Wir schaffen das’, is twijfel dan voldoende reden om een democratisch genomen besluit van tafel te schuiven? Bewijs het maar, zou ik zeggen. Als straks bij de Kadernota blijkt dat men de eigen kracht voor de transitie naar een duurzaam zelfstandige gemeente toch heeft overschat, heeft de provincie zich een aantoonbaar recht van ingrijpen verworven. Of gooit Scherpenzeel in dat geval alsnog zelf de handdoek in de ring? Kortom, bij een paar maandjes geduld zijn alle partijen gebaat. Niet iets om lang over na te denken.

Margreet Hendriks