• Foto: Joke van der Heide

Geen tweede supermarkt op consumentenplein

WOUDENBERG Het college van Woudenberg heeft naar aanleiding van diverse rapportages en na afweging van alle belangen besloten geen medewerking te verlenen aan planvorming van een tweede supermarkt op het bedrijventerrein bij de Kop van de Spoorzone aan de Parallelweg.

Joke van der Heide

Na maanden van onzekerheid, politieke discussies en speculaties heeft het college een besluit genomen. Het wachten was op de resultaten van het detailhandelsonderzoek van de projectontwikkelaar én het tweede onderzoek van het college. Wethouder Gijs de Kruif: ,,De plannen voor de Kop van de Spoorzone bieden een betere locatie voor de Hoogvliet en dragen met de gewenste verbetering van het bedrijventerrein bij aan de doelstelling van de Structuurvisie. De plannen bieden ook kansen voor een aantrekkelijke entree van het bedrijventerrein en vergroten de ontwikkelingsmogelijkheden voor de bedrijven op de achterblijvende locatie. Deze bedrijven worden in hun ontwikkeling niet langer belemmerd door de aanwezigheid van consumentengerichte bedrijven. Het verplaatsen of toevoegen van een tweede supermarkt blijkt uit de onderzoeken te ingrijpend te zijn."

WENSENLIJSTJE Met dit besluit komt het college niet tegemoet aan het wensenlijstje van de projectontwikkelaar Woudenberg Vastgoed BV. De ontwikkelaar wilde Hoogvliet en Kwantum van het bedrijventerrein verplaatsen naar de Kop van de Spoorzone. Hier wilde de projectontwikkelaar ook supermarkt Aldi aan toevoegen vanuit het centrum van Woudenberg en Scherpenzeel. Op grond van diverse rapportages is geconcludeerd dat de verhuizing van de tweede supermarkt naar het bedrijventerrein nadelige invloed heeft op de aanloop in beide dorpscentra.

TEGENSTRIJDIGE RAPPORTEN De wethouder geeft een korte toelichting op hoe het proces gelopen is: ,,Uit het detailhandelsonderzoek van de projectontwikkelaar bleek dat het geen schadelijke effecten had om de Aldi te verplaatsen. Als college vroegen wij ons af of deze resultaten een voldoende fundament vormde om een keuze te maken. Om ons heen hoorden wij andere geluiden. Daarom kozen wij voor een tweede onderzoek, waarin ook de gevolgen voor Scherpenzeel zijn meegenomen. Het gevolg was dat wij een beslissing moesten nemen aan de hand van twee tegenstrijdige rapporten. Toen wij de projectontwikkelaar eerder deze week informeerden over ons besluit, benadrukten zij dat het eerste rapport wel klopte. Wij hebben hen echter gevraagd om de plannen zonder tweede supermarkt uit te werken. Zij gaan onderzoeken of het project zo financieel haalbaar is. Dat zal ook zeker afhangen van onze grondprijzen." Wat de Hoogvliet, Kwantum en Aldi van het besluit vinden, is bij het college niet bekend. Heel bewust is gekozen voor één aanspreekpunt en dat is Woudenberg Vastgoed BV. Op de vraag wat er mogelijk is op de Kop van de Spoorzone, vertelt de wethouder dat het gaat om verplaatsing van twee bedrijven. Uitgangspunt is dat beiden vertrekken van de bestaande locatie. Als Kwantum echter niet meeverhuist naar de nieuwe locatie, kan een ander bedrijf met een vergelijkbare bestemming zich hier vestigen. Vanwege deze kleinschalige oplossing benadrukt de wethouder nogmaals af te willen van de naam consumentenplein. De vraag is alleen wat het wel moet worden. ,,Misschien gewoon de Hoogvliet. Dat zeggen we nu ook", aldus de wethouder.

De volgende stap is dat het college haar besluit 7 april voorlegt aan de raad. Dit is de kans voor de politiek om wensen en bedenkingen aan het college kenbaar te maken. Er is ook nader onderzoek nodig naar de verkeersontsluiting en de veiligheid. De wethouder geeft met klem aan: ,,Het kan nooit de bedoeling zijn dat de bedrijven verplaatst worden naar een onveilige situatie. Een nieuw risicoprofiel zal dit moeten uitwijzen." Na deze onderzoeken zal de ontwikkelaar de plannen verder uitwerken. Definitieve besluitvorming door de raad vindt plaats bij herziening van het bestemmingsplan. De wethouder staat honderd procent achter het besluit en wil zich, zeker gezien de grote economische belangen voor de gemeente, hard maken om dit voor elkaar te krijgen. Hij hoopt ook dat het een stuk onrust wegneemt. Dat is echter de vraag. Zowel Bert Geijtenbeek van de winkeliersvereniging DES als Peter de Wit van de Ondernemers Vereniging Scherpenzeel zijn positief over deze eerste stap. Geijtenbeek waardeert het enorm dat het college zo veel waarde hecht aan het belang van het dorpscentrum, maar het besluit neemt zijn zorgen niet weg. ,,Dit is een momentopname. De vraag is hoe je dit in de hand houdt naar de toekomst toe", aldus Geijtenbeek. De Wit voegt hieraan toe dat duidelijke uitspraken over het aantal vierkante meters en welke bedrijven zich mogen vestigen bij de bestemmingsplanwijziging belangrijk zijn. Dat bepaalt het effect op de middenstand in de dorpscentra. Schept het college hierover meer duidelijkheid dan zou de wens van de wethouder uit kunnen komen. Hij hoopt namelijk dat de gelederen zich gaan sluiten om samen toe te werken naar een mooie toekomst voor Woudenberg en Scherpenzeel.