• Nico de Haan (rechts) en Jan Ruijgrok zijn opgetogen over de vondst van een dassenburcht

    Margreet Hendriks
  • De dode das in de berm van de Brinkkanterweg

    Nico de Haan
  • Plukjes dassenhaar op het prikkeldraad aan de rand van het gebied Zwarte Land II

    Nico de Haan
  • De gaten geven de loopgangen aan in de grote dassenbucht

    Nico de Haan

Nico de Haan verrast door ontdekking dassenburcht

SCHERPENZEEL We spreken af op de parkeerplaats bij Hoeve de Beek. Van daaruit gidst Nico de Haan zijn medebestuurslid van de Stichting Houd Scherpenzeel Groen en Gezond, Jan Ruijgrok en ondergetekende naar zijn nieuwste ontdekking: een dassenburcht onder de rook van Scherpenzeel.

Margreet Hendriks

Houd de precieze locatie alsjeblieft geheim, want de overheid heeft niet voor niets een beschermingsplan opgesteld om de das voor uitsterven te behoeden. Het is belangrijk dat de omgeving van de burcht niet wordt verstoord’’, benadrukt De Haan vooraf.

BLOEDERIGE SPOREN Zelfs al zou ik het willen, dan nog zou ik de plek van de dassenburcht nauwelijks kunnen terugvinden. Of willen terugvinden, getuige de bloederige sporen op mijn handen en benen van een barre kruip- en sluiptocht door stekelig struikgewas. Het resultaat is in mijn ogen bovendien nogal teleurstellend: een labyrint van gaten in de grond en geen das te zien.

Dat laatste is logisch volgens Nico de Haan, want het dassenvolkje brengt de dag vooral slapend door. Dassen, het grootste inheemse landroofdier en behorend tot de familie van de marterachtigen, zijn nachtdieren; pas tegen de avondschemering komen zij tevoorschijn om op zoek te gaan naar eten. Het zijn schuwe diertjes. Veel mensen hebben ze zelfs nooit gezien. De meeste dassen die worden waargenomen zijn verkeersslachtoffers die in de berm naast de weg liggen.

SPOOR ,,Precies hoe ik op het spoor van de dassenburcht ben gekomen’’, vertelt De Haan. ,,Op maandag 6 januari maakte ik mijn dagelijks fietsrondje langs onder meer het Valleikanaal en een rondje Lambalgen toen ik door een wandelaar attent werd gemaakt op een dode das langs de weg in de buurt van Hoeve de Beek. Ik ben meteen gaan kijken. Hij of zij lag erbij alsof ze in slaap was gevallen, er was geen verwonding te zien. Het dier is vast in volle vaart tegen de zijkant van een auto gelopen en op slag dood geweest. Dassen hebben namelijk de gewoonte om, als ze op weg zijn naar hun voedselgebieden of burcht, zonder op of om te kijken hard door een kaal weiland te rennen of de weg over te steken. Dat laatste loopt vaak fataal af. Jaarlijks worden er meer dan duizend dassen doodgereden in ons land. Verkeersongevallen is doodsoorzaak nummer één onder de dassen. Ik heb direct een serie foto’s gemaakt. Dat was maar goed ook, want toen kort daarna de door mij gewaarschuwde dorpsgenoot Johan Lagerweij zelf ging kijken, was de das al door iemand meegenomen. Jammer, want we hadden het diertje graag nog even nader willen onderzoeken.’’

De Haan vertelt dat de vraag waar deze das vandaan kwam hem in de dagen daarna flink bezighield. ,,Was het een toevallige passant of zou de das op weg zijn geweest naar een burcht hier in de buurt? Ik ben gaan zoeken en tot mijn verrassing vond ik al snel allerlei sporen van voedsel zoekende dassen. Een kwartier later stond ik tot mijn verbazing bij een grote dassenburcht. Overal holen en een vers belopen hol dat kennelijk als hoofdverblijfplaats dient. Het gaat dus niet om één verdwaalde das maar om een hele familie. Overal zag ik loopgangen en pijpen en ook vond ik de latrine, de gezamenlijke plaats waar dassen hun behoefte doen. Een dassenkolonie vlak bij ons in de buurt; ik kon het bijna niet geloven.’’

GEEN WORM Voor de bekende Scherpenzeelse vogelkenner en vogelbeschermer was zijn speurtocht hiermee niet ten einde, want zo vroeg hij zich af, waar de dassen naartoe om in hun voedsel (vooral regenwormen, insecten, slakken, bessen) te voorzien? ,,De actieradius van een das is vrij groot; ze lopen gemakkelijk elke nacht een paar kilometer naar de meest geschikte voedselgronden. Dassen zijn goede zwemmers. Het Valleikanaal is geen belangrijke barrière. Ik ben daarom in een cirkel van twee kilometer in alle richtingen verder gaan zoeken naar sporen. De meest betrouwbare sporen zijn de dassenharen die aan lage prikkeldraadjes blijven hangen. Rond de weilanden die intensief in gebruik zijn is het prikkeldraad al lang verdwenen; het grasland dat door schrijver Geert Mak zo treffend wordt omgeschreven als ‘grasfalt’. Ze zijn wel groen, maar hebben dezelfde natuurwaarde als asfalt, nul dus. Van maart tot oktober worden ze maandelijks gemest en gemaaid, de bodem is dood en er is geen worm te vinden. Niet van belang voor de das. Enkele andere terreinen en weilanden die zijn gelegen in het gebied waar Zwarte Land II is gepland, zijn wel van belang voor de das. Hier wordt geboerd met het 'standweidesysteem', dat wil zeggen dat na het maaien groepjes koeien op hetzelfde stuk lopen. Iedereen die over de Stationsweg rijdt en weleens opzij kijkt, zal het opvallen dat hier in het winterseizoen dagelijks vogels neerstrijken. Kokmeeuwen, stormmeeuwen, kauwtjes en spreeuwen; allemaal komen ze op de voedselrijkdom af die uit de andere weilanden rond Scherpenzeel verdwenen is. Het lag voor de hand dat de dassen in dit dicht bij gelegen gebied ook wormen gaan zoeken. En inderdaad: al snel vond ik een paar minieme plukjes dassenhaar aan het onderste prikkeldraad; het bewijs van de looproute van de das.’’

De ontdekking dat de dassen ook op het beoogde terrein van Zwarte Land II foerageren, is volgens De Haan een vondst van grote politieke betekenis. ,,Zowel het gebied waar de dassen wonen als het veel grotere leefgebied waar dassen hun voedsel zoeken, vallen immers onder de bescherming van de natuurbeschermingswet. De aanwezigheid van de das is daarom een behoorlijke opsteker voor de tegenstanders van de komst van Zwarte Land II. Dit gebied zou als industrieterrein een belangrijke aanslag betekenen op het voortbestaan van deze dassenkolonie, want veel alternatieve voedselgronden zijn er niet meer. Dit biedt overigens het nieuwe college van Scherpenzeel wel een prachtige kans om geschiedenis te schrijven. Van Zwarte Land II naar het Groene Land. Aan GBS zou ik daarom willen vragen ‘kom op voor de natuur’ en aan de SGP: ‘respecteer de schepping’. De Scherpenzelers, de vogels en de dassen zullen u dankbaar zijn. En de kinderen en kleinkinderen van deze generaties zullen trots op u zijn dat u zich heeft ingezet voor een groen en gezond Scherpenzeel.’’

OPROEP

De Stichting Houd Scherpenzeel Groen en Gezond wil in deze krant ook nog de volgende oproep doen: ,,Graag willen we weten wie in de nacht of vroege ochtend van maandag 6 januari in de buurt van Hoeve de Beek de das heeft aangereden. Hoe laat was het en hoe is het gebeurd? Ook willen we graag in contact komen met de persoon die de das op die zelfde ochtend rond tien uur heeft meegenomen. We willen namelijk nog een onderzoekje doen aan de das. Was het een mannetje of vrouwtje, welke leeftijd enzovoort. Het spreekt vanzelf dat alle persoonsgegevens vertrouwelijk zullen worden behandeld. Ook wil de stichting graag weten of er Scherpenzelers zijn die de laatste jaren dassen hebben gezien in de directe omgeving van Scherpenzeel. Alle informatie graag mailen naar info@houdscherpenzeelgroenengezond.nl.''