• Bestuurlijke herindeling - lees: fusie met Barneveld - zou de meest haalbare en betaalbare oplossing zijn.

    Margreet Hendriks

Waar stopt de opschaling?

SCHERPENZEEL Het herindelingsspook waart boven Scherpenzeel. Een rapport van bureau SeinstraVandelaar (SVDL), dat de titel 'Zelfbewust Scherpenzeel' draagt, stelt dat het dorp niet voldoende bestuurskracht heeft om zelfstandig te blijven.

Margreet Hendriks

Bestuurlijke herindeling - lees: fusie met Barneveld - zou de meest haalbare en betaalbare oplossing zijn. Maar een onderzoeksresultaat is afhankelijk van de opdrachtgever en de vraag die gesteld is. In een serie artikelen neemt de Scherpenzeelse Krant het rapport nader onder de loep.

Een van de belangrijkste punten waarop het bureau SeinstraVandeLaar (SVDL) de conclusie trekt dat er voor Scherpenzeel eigenlijk geen zelfstandige toekomst meer is weggelegd, is het gegeven dat er landelijke trends en ontwikkelingen zijn die leiden tot steeds forsere bestuurlijke opgaven van gemeenten.

MINDER MIDDELEN Daarbij wijst men op de verdergaande decentralisatie van rijksbeleid, zoals het sociaal domein, die veelal gepaard gaat met efficiencykortingen, waardoor gemeenten meer taken krijgen met minder middelen. Maar ook op de komst van de Omgevingswet en de transities in het kader van duurzaamheid, waardoor de druk op de bestuurlijke en ambtelijke realisatiekracht (die volgens de onderzoekers in Scherpenzeel toch al te wensen overlaat) alleen maar groter wordt. In dit verband noemt SDVL het opvallend dat Scherpenzeel, behorend tot de vijftien kleinste gemeenten van Nederland, nog nagenoeg alle taken in eigen beheer uitvoert.

Daarnaast, zo constateert SVDL, neemt het denken vanuit (grote) steden en regio's toe, waardoor afstemming en samenwerking op inhoud en een sterkte positie en krachtige deelnemende gemeenten in de regio's steeds belangrijker worden. Ook op dat punt scoort Scherpenzeel als kleine gemeente, maar volgens de onderzoekers onvoldoende.

GOLFBEWEGING Deze golfbeweging van decentralisatie naar centralisatie lijkt een contradictio in terminus. Het Rijk schuift bepaalde taken door naar de gemeenten, omdat deze beter op lokaal (lees overzichtelijk) niveau kunnen worden uitgevoerd, waarop de gemeenten op hun beurt deze taken (al dan niet gedeeltelijk) vanwege de complexiteit en de risico's daarvan weer in groter verband onderbrengen of gaan centraliseren.

Ook prof. dr. J.Th.J. van den Berg, oud-hoofddirecteur van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en emeritus-hoogleraar parlementaire geschiedenis en parlementair stelsel aan de universiteiten van Leiden en Maastricht, concludeert in een inleiding die hij in september 2018 hield voor het netwerk van ex-VNG-ers, dat de decentralisaties van de rijksoverheid een beweging op gang heeft gebracht waarbij van onderop gemeenten de handdoek in de ring gooien en opteren voor herindeling, dan wel kiezen voor verregaande regionale samenwerking. Iets wat volgens Van den Berg lang niet altijd in het voordeel van de bevolking uitpakt.

Hij noemt het ironisch dat decentralisatie, en dus schaalverkleining, gepaard moet gaan met schaalvergroting om reden van efficiency op het lokale vlak. Zo wordt het probleem verplaatst in plaats van opgelost, concludeert Van den Berg, die overigens wel voorstander is van het doelmatig regionaal samenwerken van gemeenten op het gebied van grensoverschrijdende vraagstukken, zoals milieubeheer, ruimtelijke ontwikkeling, verkeer en arbeidsmarkt. Gemeentelijke herindeling op doelmatigheidsgronden vindt hij daarvoor geen alternatief, omdat die nooit groot genoeg kan zijn.

AFSTAND GROTER Het opschalen van gemeenten is overigens geen nieuwe trend. Nederland verloor per 1 januari 2019 opnieuw 25 gemeenten door twaalf gemeentelijke herindelingen; de grootste daling sinds 2001.

Vooral vanaf eind jaren negentig werden veel kleinere gemeenten met zachte dan wel harde hand door de hogere overheden richting een fusie gestuurd vanuit de gedachte dat dit het besturen van een gemeente efficiënter, deskundiger en goedkoper zou maken.

In de praktijk blijkt dat echter vrijwel altijd tegen te vallen. De lokale lasten voor de burger gaan zelden omlaag, maar meestal eerst omhoog, zo blijkt bijvoorbeeld ook uit een recent onderzoek van Vereniging Eigen Huis. Er is vaak extra geld nodig om de nieuwe fusiegemeente te reorganiseren en de vooraf voorspelde op termijn te verwachten synergievoordelen, zoals in totaal minder ambtenaren, blijven eveneens vaak uit.

HOGERE SALARISSEN De ambtelijke organisatie wordt eerder duurder, omdat bij een grotere gemeente hogere salarissen gelden. Daarnaast wordt de afstand tot het gemeentebestuur van inwoners en ondernemers groter en neemt de politieke betrokkenheid in de regel af. Om dat weer tegen te gaan, propageert men tegenwoordig om parallel aan de opschaling te werken aan 'afschaling' door een vorm van 'kerngericht werken' of 'kerndemocratie' (dorpsraad), om de identiteit en nabijheid van de klein(st)e plaats te waarborgen. SDVL adviseert dit ook voor Scherpenzeel bij een bestuurlijke fusie.

Als opschaling vooral bedoeld is voor versterking van de bestuurskracht, blijft het de vraag tot hoever dit op termijn gaat worden doorgevoerd.

Bij sterk bestuur gaat het allang niet meer om een dienstverlenende en/of meewerkende houding ten aanzien van inwoners en bedrijven (op tijd een paspoort, zorg of een vergunning krijgen), maar over voor de meeste burgers onbegrijpelijke begrippen als horizontale verbindingen in de samenleving, triple helixsamenwerking tussen overheid, onderwijs en ondernemers, (internationale) netwerkverbindingen en het benutten van kansen in en buiten Europa.

Hoe groter de gemeenten, de regio's of de provincies, hoe groter vaak ook de ambities. In zo'n cultuur telt een dorp inderdaad niet meer mee.